Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • 21e eeuwse vaardigheden
    Bezoekers:
  • 1. Medialisering van de samenleving

    Medialisering van de samenleving


    1. Bewust zijn van en inzicht hebben in de medialisering van de samenleving.


    2. Het effect daarvan vanuit verschillende perspectieven (politiek, beleid, maatschappij, cultuur, individu) kunnen belichten.

     

    ---------------------------

    Concrete uitwerking

     

    A. Kan de rol van media betrekken op het eigen gedrag en dat van de samenleving.

     

    B. Kan de invloed van de media op overheid, beleid, maatschappij en cultuur aan de hand van voorbeelden uitleggen.

     

    C. Kan de rol van media op het proces van politieke besluitvorming beschrijven.

     

  • 2. Media en beeldvorming

    Media en beeldvorming

    Bewust zijn van en inzicht hebben in 


    1. de manier waarop media de werkelijkheid kleuren,


    2. de rol herkennen die media kunnen vervullen bij beeldvorming en overdracht van normen en waarden,


    3. op welke manier media van invloed zijn op beeldvorming en overdracht van normen en waarden.

     

    ---------------------------------

    Concrete uitwerking

     

    A. Kan de rol van de media en de invloed op beeldvorming en daarmee de werkelijkheid aangeven.

     

    B. Kan de overdracht van normen en waarden door media en commercie beschrijven.

     

    C. Kan de invloed van de media op gedrag en houding beschrijven, onderzoeken en analyseren. 

     

    D. Kan fictie en werkelijkheid in de media onderscheiden.

     

    E. Kent de commerciële motieven van media, zoals die van sociale netwerken.

     

  • 3. Media, ICT-(basis)vaardigheden en informatievaardigheden

    Media, ICT-(basis)vaardigheden en informatievaardigheden:

     

    1. Om kunnen gaan met apparaten, software en toepassingen, kennis en vaardigheden in toepassingen die privacy en veiligheid moeten waarborgen,

     

    2. basisvaardigheden die zich richten op het toewijzen van informatie en het bewust en kritisch gebruiken van informatie.

     

    Concrete uitwerking

     

    A. Exploreert actief de mogelijkheden van software, apparaten en toepassingen.

     

    B. Kan diverse software, apparaten en toepassingen gebruiken.

     

    C. Kan beveiligingsrisico's en privacyaspecten voor zichzelf en anderen benoemen.

     

    D. Kan informatie bewaren en beheren.

     

    E. Kan verschillende media gebruiken om informatie te ontsluiten en te delen.

     

    F. Heeft een kritische houding ten aanzien van informatiebronnen. 

     

    G. Kan beoordelen of informatie logisch, consistent en realistisch is.

     

    H. Kan representatie van gegevens op juistheid beoordelen.

     

    I. Kan informatie effectief met anderen delen.

     

    J. Kan op basis van vuistregels eigen veiligheid rondom betalingsverkeer inschatten.

     

    K. Kan eigen mediagebruik en mediaconsumptie analyseren en doseren.

     


  • Handboek Mediawijsheid
  • 4. Creëren en publiceren van media:

    Creëren en publiceren van media

     

    Begrijpen hoe media gebruikt worden,

    zelf media kunnen produceren en creëren en daar doelen mee kunnen realiseren en daarop reflecteren.

     

    Concrete uitwerking

     

    A. Kan aangeven welke media voor welk doel gebruikt kunnen worden.

     

    B. Kent de intenties van verschillende soorten mediagebruik (zoals informatie, vermaak, verbinding, commercie, gezondheid)

     

    C. Heeft inzicht in de mogelijkheden van beeldtaal en audiovisuele communicatie

     

    D. Kan content produceren met behulp van diverse apparaten en toepassingen

     

    E. Kan content publiceren via internet Kan de werkelijkheid beïnvloeden met media

     

  • 5. Media, participatie en identiteit

    Media, participatie en identiteit


    Doelbewust participeren in sociale netwerken, samen met anderen,

    daarop kunnen reflecteren; de veiligheid, privacy en de participatie van zichzelf en anderen bewaken en beschermen.

     

    Concrete uitwerking

     

     

    A. Kan de relatie tussen media, identiteit en privacy uitleggen aan de hand van voorbeelden 

     

    B. Kan doelbewust in sociale netwerken participeren en participatie van anderen bevorderen

     

    C. Kan bewust een eigen digitale identiteit vormgeven

     

    D. Kan binnen sociale netwerken de relevantie en waarde van informatie inschatten, en bewust informatie delen

     

    E. Kan eigen privacy en veiligheid bewaken en die van anderen respecteren

     

    F. Kan de impact van wereldwijd publiceren aangeven en consequenties benoemen

     

 
Add to Yurls