Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • 21e eeuwse vaardigheden
    Bezoekers:
  • 4.1 Basisbegrippen ICT

    A. Kan basisbegrippen en functies van computers en computernetwerken benoemen

    B. Kan onderdelen van een computer en hun functie benoemen

    C. Kan onderdelen en hun functie van een computernetwerk benoemen


  • 4.2 Infrastructuur technologie

    A. Kan apparaten aansluiten, bedienen en onderdelen benoemen

    B. Kan afhankelijkheden in de infrastructuur uitleggen en de relatie tussen onderdelen benoemen

    C. Kan financiële consequenties van het gebruik van technische infrastructuur inschatten

    D. Kan uitleggen waar eigen informatie is opgeslagen is en hoe deze toegankelijk is

    E. Kan verschillende interactievormen gebruiken om apparaten en programma's bedienen 

    F. Kan verschillende navigatievormen benutten

    G. Kan openbaar toegankelijke relevante en bruikbare informatie ontsluiten en delen

    I. Kan persoonlijke informatie lokaal en op afstand bewaren, ordenen, ontsluiten en delen


  • 4.3 Standaardtoepassingen

    A. Kan standaard kantoortoepassingen effectief en efficiënt gebruiken

    B. Kan effectief en efficiënt een tekstverwerker gebruiken  op basis van vooropgestelde criteria

    C. Kan effectief en efficiënt een spreadsheet en database gebruiken op basis van vooropgestelde criteria om gegevens te ordenen en berekenen

    D. Kan effectief en efficiënt presentatiesoftware gebruiken  op basis van vooropgestelde criteria voor weergave

    E. Kan effectief en efficiënt beeldbewerking software voor video's en foto's gebruiken op basis van vooropgestelde criteria

    F. Kan effectief en efficiënt communicatiesoftware waaronder e-mail en video gebruiken op basis van vooropgestelde criteria voor samenwerking

    G. Kan online betalingsverkeer regelen en kan op basis van vuistregels een passende vorm van online betaling kiezen

    H. Kan internettoepassingen zoals browser en e-mail effectief en efficiënt gebruiken


  • 4.4 Veiligheid

    A. Kan de relatie tussen accounts, privacy en persoonlijke informatie aangeven

    B. Kan eigen beveiligings- en privacyaspecten van internetgebruik voor zichzelf en voor anderen benoemen

    C. Kan op basis van vuistregels eigen veiligheid rondom betalingsverkeer inschatten

    D. Kan beoordelen of informatie logisch, consistent en realistisch is

    E. Kan representatie van gegevens op consistentie beoordelen


 
Add to Yurls